Frank Depoorter

Expo #19 - De la tranquillité/van het verpozen

Frank Depoorter vertaalt landschappelijke ervaringen, vaak opgedaan tijdens wandeltochten, in kunst. Het kunstwerk komt tot stand in het atelier. Er is dus een afstand, in tijd en ruimte, tussen buiten en binnen, tussen de ervaring en de kunst. Wat gebeurt daar, in die tussentijd en -ruimte? Hoe kleurt dit de creatie? En wat gebeurt er, vervolgens, wanneer het gecreëerde werk van de beslotenheid van het atelier naar de tentoonstelling verhuist? Bestaat er enige mogelijke overeenkomst tussen de oorspronkelijke landschapservaring van de kunstenaar en wat het kunstwerk uiteindelijk bij de bezoeker oproept?

De reeks Frühling bestaat uit acht aquarellen die in diepe houten kaders gepresenteerd worden. Elke aquarel stelt een gelijkaardige bloem voor. In elk kader treffen we een steentje aan. Het ligt voor de hand dat Depoorter deze steentjes verzameld heeft tijdens een wandeltocht. Ze vormen een directe, letterlijke verwijzing naar deze tocht. Maar de aquarellen zijn geen voorstellingen van bloemen die de wandelaar aangetroffen heeft. Depoorter mag dan een landschapskunstenaar zijn, hij heeft nog nooit een waargenomen landschap, of een bestanddeel ervan, afgebeeld. Zijn positie is namelijk niet die van iemand die vanop een afstand observeert. Wat hij, in zijn atelier, tot uitdrukking wenst te brengen, zijn de indrukken van iemand die deel uitmaakt van een landschappelijke omgeving. Zoals al zijn kunstwerken (Depoorter maakt gravures en etsen, tekeningen en aquarellen, sculpturen, installaties of schilderijen) zijn deze voorstellingen van bloemen mentale constructies of projecties. Tijdens een tocht in het Eiffelgebergte kocht de kunstenaar een vaas. Die vormde de aanleiding tot deze reeks.

Wanneer je bepaalde ervaringen of indrukken van een omgeving in een vorm wil gieten, wordt de hele ruimtelijke context van de tentoonstelling belangrijk. Elk element van de presentatie vormt een potentieel betekenisvolle bijdrage tot het geheel: het materiaal en de dimensies van de drager en (indien aanwezig) van het kader, de hoogte, de belichting, enzovoort. In 1911 schreef Georg Simmel dat het landschap essentieel bepaald wordt door zijn ‘Stimmung.’ Deze stemming of ‘atmosfeer’, een bij uitstek ruimtelijk gegeven, is wat de mogelijke overeenkomst of verbinding kan vormen tussen de oorspronkelijke indrukken van de kunstenaar en de uiteindelijke ervaring van de toeschouwer.

Expo #14 - Zijlicht

Tijdens wandelingen dompelt Frank Depoorter zich onder in de omgeving. Deze tracht hij dicht op de huid te zitten. Hij stelt zich op als een ontvanger van indrukken, die hij zo direct mogelijk registreert.

Daarbij maakt hij zich als individu, als bewuste persoon, klein: tussen een onafzienbare buitenwereld en de al even ongrijpbare, oeverloze wereld binnenin. Zo tracht hij zich tot een fijnbesnaarde getuige te maken van wat zich aan weerszijden afspeelt, en van de wisselwerking, het verkeer tussen beide.

Sommige kunstwerken komen tot stand als de neerslag van een specifieke wandeling. Andere hebben een grotere autonomie; die vormen niet de uitkomst van een welbepaalde tocht, verblijf of periode.

Ook al betreft het landschappen, de meeste kunstwerken komen niet tot stand in de buitenlucht, en plein air, maar in het atelier - op basis van de herinnering, van de mentale beelden die deze opdist. Dat leidt tot gravures of etsen, tekeningen of aquarellen, sculpturen (in hout, gips, textiel) en, pas sinds een jaar, schilderijen. De afstand, in tijd en ruimte, tussen de landschapsbeleving en de creatie vermengt de oorspronkelijke ervaring met andere ervaringen, gedachten, emoties. Ze vervormt, fragmenteert, kleurt het landschap.

Expo #3 - Uitblinkend door afwezigheid

Het œuvre van Frank Depoorter, ontwikkeld in een relatie van onafhankelijke verbondenheid met dat van Lore Rabaut, cirkelt rond het verkennen en aftasten van ‘ruimte’. Zijn beeldend werk vertoont vaak verbanden met architectuur en toegepaste kunst. Het verhoudt zich zowel tot landschappen als interieurs, rurale of stedelijke omgevingen, mentale en fysieke ruimtes. Analoog aan Maria Degrèves werk speelt de verhouding tussen de persoonlijke beleving en de publieke omgeving vaak een belangrijke rol. Frank Depoorter heeft nieuw werk gecreëerd in respons op deze specifieke context, dat wil zeggen, dit gebouw en deze tentoonstelling, gesitueerd rond een schouw die uitblinkt door afwezigheid. Zijn keramische, met een dunne laag mat porselein bedekte schalen vormen een referentie aan of echo van de afwezige schouw, die letterlijk en figuurlijk het warme hart van Huis De Valk vormde. Zoals heel wat andere werken in deze tentoonstelling is er een bijzondere wisselwerking tussen deze schalen en de ruimte waarin ze geplaatst zijn: ze maken de karakteristieken en de kwaliteiten van de ruimte tastbaar, ze maken de toeschouwer scherper bewust van zijn of haar positie in die ruimte. Het andere werk van Depoorter in deze tentoonstelling, een reeks etsen getiteld ogenblikken, is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten omtrent het menselijk gezichtsveld. Wat het stilstaande oog letterlijk registreert, blijkt de vorm van een onregelmatig ovaal aan te nemen. Depoorter verbeeldt in zijn etsen die letterlijke registratie, datgene wat voorafgaat aan de ruimtelijke waarnemingen die ons brein op basis van deze impressies construeert.