Jerry Galle

Expo #27 - Abstracte kunst bestaat niet

Wat gebeurt er wanneer machines leren om beelden en objecten te identificeren? Jerry Galles AI object recognition, infrathin laat machine learning-software, die aan een camera gekoppeld is, 3D-geprinte objecten beschrijven. Dit soort patroonherkenning bestaat vooral uit statistische interferentie met een verzameling data; dit vertoont weinig gelijkenis met de menselijke waarneming. Het machine learning system wordt gevoed door data (voornamelijk beelden) van het wereldwijde web – een plek die tegenwoordig (onder andere) gevuld is met memes, nonsens en humor. Vermits de ‘ontlening’ los van elke context gebeurt, kan de uitkomst vaak enigszins lachwekkend zijn, soms ook agressief of bevooroordeeld. De zinnen in de film Power&Bytes zijn deels gerealiseerd met een kunstmatig algoritme, waaraan telkens de vraag werd gesteld: “What is to be done?” De film vertelt een dubbelzinnig verhaal aan de hand van een veelvoud aan ‘persoonlijkheden’, die affiniteiten zoeken tussen heel uiteenlopende perspectieven. Galle verwijst hierbij naar een citaat uit Donna Haraways Cyborg Manifesto: “But there has also been a growing recognition of another response through coalition – affinity, not identity.” De beelden refereren aan de valse intimiteit die we met digitale apparaten ontwikkelen, en het zelfcorrigerende gedrag dat hieruit soms voortvloeit. De beelden die achter de zinnen verschijnen, zijn met feedback-systemen gegenereerd.

Expo #10 - Meervoud

Jerry Galle stelt zich tot doel om, in de vorm van schilderijen, tekeningen of teksten, poëtisch misbruik te maken van machines. Hij verhoudt zich meer bepaald tot computers en robots; die laat hij dingen doen waarvoor ze niet bedoeld zijn. Uit die speelse ‘samenwerking’ tussen mens en machine ontstaat kunst. 

Galle ontregelt of ‘misbruikt’ zijn machines doordat hij in de rigide logica van de computersoftware of in het besturingsprogramma van de robots twijfel of onzekerheid introduceert. Op hun beurt brengen de machines, als gevolg van die ontregeling, een soort ‘ruis’ voort. Daaruit kunnen nieuwe, ongekende vormen opdoemen. Tenslotte neemt de kunstenaar opnieuw het initiatief in handen, wanneer hij die vormen, beelden of tekstfragmenten selecteert die hij artistiek waardevol acht. 

In de accidenten die Jerry Galle veroorzaakt, laat de technologie iets zien van wat ze, zeker in het digitale tijdperk, zo goed weet te verhullen - haar eigen werking of materiële processen. Zo ontstaat de mogelijkheid tot een materiële poëzie. Of zoals de Franse filosoof Mikel Dufrenne het stelde: “On ne peut être matérialiste que poétiquement.”