Detergent#2

01/07/2025 - 14/09/2025
Aäron Quackelbeen - And Now We Embrace the Chaos

Regels zijn er om gebroken te worden. Ik voel me als een advocaat die iets moet recht spreken wat krom is, en alles wat ik zeg is besmettelijk. Besmet door de bedrieglijkheid van gladde praatjes. Dat heeft natuurlijk met Aäron zelf te maken. Mijn schuld kan het niet zijn. Ik ben Detergent. Zuiver en Clean. Maar hoe gaan we dit varkentje wassen?  Regel één van Detergent is: Het transport moet per trein kunnen gebeuren. Aäron reist niet per trein. Met geen stokken krijg je hem in een wagon. Dat gaat verder dan een ideologisch standpunt. Ik ben vrij zeker dat het fysieke afkeer is. Angst om niet op eender welk moment te kunnen beslissen aan de kant te gaan etc etc. Nu geloof ik wel dat de expositie met de trein had kunnen getransporteerd worden. Ten eerste omdat Aäron vlak aan het station De Pinte woont. Letterlijk minder dan 50m in vogelvlucht naar het perron 3 richting De Panne. Men moet zelfs niet overstappen, er is een rechtstreekse verbinding naar Veurne. Ten tweede omdat zijn werk soms letterlijk draagbaar is: Er zijn handvaten. Of bretellen. Van het enige ontreinbare stuk hebben we afgezien: Een ijzeren plaat van zowat 80kg.  Regel twee: Focus op efemeer of preliminair werk. Hier begint het slangengekronkel. Over de efemeriteit bestaat geen discussie. Aärons sculpturen dienen gemanipuleerd te worden. Het zijn als puzzels of speelgoed met scharnieren en geheime magneten. Het zijn instrumenten die bespeeld kunnen worden. In die zin is er sprake van een temporaliteit en een tijdelijkheid die zij het dan niet strikt efemeer toch aan het efemere raakt. Wat is dat eigenlijk strikt efemeer? Nu lijkt het alsof ik mij eruit aan het praten ben, maar dat is niet zo. jawel nee jawel nee. Jawel Nee. Ik zou zeggen niet efemeer volgens de strikt orthodoxe leer. Het is in die zin eerder een klassieke tentoonstelling, daar moeten we niet flauw over doen, weze het met dynamisch werk dan. Het preliminaire aspect van Aärons werken schuilt in het gebruik van schaal. Veel van zijn sculpturen lijken maquettes voor versies op ware grootte. Er is steeds een menselijke schaal aanwezig in zijn werk: In de vorm van lichaamsdelen, tredes, graftombes, of tentbarakvormen die ons doen afvragen of dit voorbereidingen zijn of studies voor het eigenlijke werk. Tegelijk ademt zijn werk de ambachtelijkheid en huiskamervlijt die hoort bij tuinhuisjes en naaikamers, en is de schaal helemaal juist en gepast zoals de objecten ons nu voorkomen. Het velours is te aaien. Een drukknop te openen. De ebbenhout halve bollen mag je wegen in je hand. Wat zijn deze oppervlakten, deze huiden, deze tactiele machines? Ik beschreef ze eerder als soft-erotische instrumenten. Er is voor elke sculptuur één juiste manier om het bouwsel te voltooien. Dat veroorzaakt bij de bouwer/speler een concentratie en een spanning die -wanneer exact volbracht- ongetwijfeld tot ontlading leidt. Ook het opruimen na de daad geeft een zekere voldoening. Wanneer we de laatste scharnier dichtplooien of het gordijntje over de messingen staaf laten glijden. Netjes opgeruimd als een brave burger stoppen we onze laatste pijp of gaan we toch maar al in ons bedje kruipen? Vredig. Opgeruimd. Content. Voldaan. Slaapwel!