Lukas Vandenabeele

Expo #23 - Nu nog de rest

Lukas Vandenabeele (°1951) brengt, in een soortement curiositeitenkabinet, een verzameling recent gecreëerde werken samen. Voor een kunstenaar die het waagt dingen te maken die niet op kunst lijken, en die het onnozele niet schuwt, impliceert dat: dansen op een slappe koord; zich op de ultieme, dunne grens begeven tussen iets en niets. Dit oeuvre draait rond de notie van het onzichtbare. Twee (bestaande uit een stuk visdraad, bevestigd aan een in de muur geklopte nagel) laat bijvoorbeeld zien hoe het onzichtbare enkel en alleen aanwezig kan gesteld worden door het te koppelen aan iets zichtbaars. Ziedaar een onoverkomelijk probleem. Het is Vandenabeeles ultieme en onmogelijk te vervullen verlangen om de wereld te zien zoals die is, dat wil zeggen, gezuiverd van onze blik, smaak, belangen, betekenissen, verbanden, structuren, categorieën, oordelen. Het liep meteen mis in Genesis: God had de wereld geschapen, en Hij zag dat het goed was. Vandenabeeles nimmer te vervullen verlangen bestaat erin het paradijs te aanschouwen waarin de dingen, verlost van ons incestueuze oordeel, volkomen autonoom bestaan.

Daartoe formuleert de kunstenaar bijvoorbeeld opdrachten om handelingen af te leren. Het kan ook helpen wanneer een object – zoals het touw waarmee hij tevergeefs een zin tracht te schrijven - zich, weerbarstig, onttrekt aan subjectieve intenties, en zijn eigen wil opdringt. In de loop van de voorbije maanden is Vandenabeele de volgende mogelijkheid gaan aftasten: in plaats van een voorwerp fysiek te verwijderen of te vernietigen in de hoop het van onze blik te verlossen, kan het finaal onzichtbaar worden, wanneer ons oordeel, onze beoordelende blik op het voorwerp, geannuleerd wordt. Met andere woorden: wat als onze respectievelijke waarnemingen van elk afzonderlijk voorwerp, met alle betekenissen die eraan vasthangen, een voor een vervallen verklaard zouden worden, als een langgerekt, uiteengerafeld Laatste Oordeel? Waarna de dingen verlost en verweesd achter blijven.


Een tijdje geleden liet Lukas Vandenabeele door meester Crismer volgende ultieme wens akteren: dat bij zijn sterven zijn ogen geopend blijven. Om finaal te zien wat er van de wereld rest wanneer het eigen bestaan verdwijnt.

Expo #11 - Uitblinkend door afwezigheid (2)

Het oeuvre van Lukas Vandenabeele is gericht op de crisis van het kijken, en dus van de betekenis. Het heeft een beeld nodig, maar wil het zien in elkaar storten. Het laat letters, woorden en tekens ontstaan, met geen ander doel dan dit alles te lijf te gaan. Wat hij toont, heeft maar bestaansrecht in de mate dat het zijn eigen afwezigheid in de weg staat. Het wil de verbinding, de onvermijdelijke, incestueuze relatie tussen ons en wat wij 'werkelijkheid' noemen, verbreken. Een ambitie die gedoemd is om te mislukken.

Expo #3 - Uitblinkend door afwezigheid

Een man en een verbazend grote teddybeer zitten naast elkaar in een golvend landschap. Sumi en ik heet deze foto. Het landschap bestaat enkel voor de ik-figuur, niet voor Sumi. Heel het oeuvre van Lukas Vandenabeele draait rond het verlangen om zichzelf te verlossen van een ‘ik’ en een ‘wereld’, of meer bepaald, van een ‘ik’ die de intentie koestert om een wereld te creëren, te ordenen, in te delen, te benoemen, in een beeld te vatten – en het besef dat die verlossing van het bewuste handelen finaal onmogelijk is. Zo kon het gebeuren dat Lukas Vandenabeele, voormalig danser, reeds enkele decennia verlangt naar een beeldloze wereld, en daartoe niet alleen beeldend kunstenaar geworden is, maar zijn hele huis met beelden heeft vol gehangen. Of dat hij een hoge stapel schriften van ruitjespapier heeft volgeschreven en –getekend, tot nader order geen aanstalten makend daarmee op te houden, en dat hij niettemin poogt terug te keren naar het moment vooraleer de eerste letter, zelfs de eerste lijn op papier gezet is. De onverholen ironie van dit oeuvre verraadt de fundamentele onvervulbaarheid van het verlangen dat er de brandstof van vormt, en is dan ook van een existentiële ernst. De fotoreeks 1:3 wordt voor het eerst in haar geheel gepresenteerd. Het zijn 26 registraties van de wijze waarop het licht binnenvalt in de mond op het moment dat men een voor een de letters van het alfabet declameert. De fotografische registraties van deze oorspronkelijke mallen of gietvormen van het alfabet (om met Broodthaers te spreken) roepen associaties op die variëren van het dierlijke tot het kosmische.